Er wordt bij het vervoer per ambulance vliegtuig onderscheid gemaakt naar drie verzorgingsniveaus.

Basic Life Support

Er is geen levensbedreigend gevaar te verwachten. Patiënten zijn stabiel en hebben voldoende aan eenvoudige monitoring. Begeleiding door een ambulanceverpleegkundige is voldoende. Per vlucht kunnen maximaal 2 patiënten worden vervoerd.

Advanced Life Support

Er is meer kans op levensbedreigende aandoeningen. Patiënten zijn herstellend na ernstige interne- cardiologische- en/of traumatische aandoeningen. De patiënt is niet beademd en heeft een stabiele bloeddruk. Er is behoefte aan monitoring als ECG, bloeddruk, ademhaling en zuurstofopname. Voor een dergelijk transport is begeleiding van een arts en IC-verpleegkundige noodzakelijk. Gelijktijdig transport van maximaal twee liggende patiënten is mogelijk, maar dit is afhankelijk van de diagnose.

Intensive Care Support

Dit is de meest uitgebreide vorm van transport met continu risico van verstoring van de vitale levensfuncties. Een intensivist zal dit transport begeleiden. Tijdens dit transport kunnen de vitale levensfuncties ondersteund en overgenomen worden binnen de technische restricties van een vliegtuig.

Continue scholing

Alle vliegende staf wordt voortdurend getraind voor het specialistisch werk op een air ambulance. De volgende onderwerpen staan daarbij centraal:

  • Luchtvaart fysiologie, hoe reageert de mens op vliegen
  • Reanimatie cursus, vervolgcursus voor gevorderden (ACLS)
  • Advanced Paediatric Life Support
  • Fundamentical Critical Care Support cursus
  • Crew Member Training
  • Infectie ziekten en hygiëne

DAA heeft nauwe samenwerkingsverbanden met enkele grote academische ziekenhuizen, STZ-klinieken en kleinere ziekenhuizen voor specialistische zorg met betrekking tot infectieuze ziekten, tropengeneeskunde, kindergeneeskunde en orgaantransplantaties.